|
Samenstelling en toepassing |
|
|
|
|
CAPRI bevat
- 75 g/kg pyroxsulam, een nieuwe actieve stof
- 75 g/kg cloquintocet-mexyl, een safener die zorgt voor een perfecte veiligheid.
CAPRI is erkend aan een dosis van 250 g/ha vanaf begin uitstoeling tot de eerste knoop en is geformuleerd als een waterdispergeerbaar granulaat WG.
CAPRI is erkend in wintertarwe, spelt, triticale en rogge.
CAPRI vereist de toevoeging van een plantaardige olie voor een optimale opname en bestrijding van de diverse onkruiden.

PRIMUS en PRIMSTAR zijn de ideale mengpartners voor de bestrijding van kamille, klaproos, korenbloem en kleefkruid. LEXUS XPE is vooral bij duist die reeds einde uitstoeling is, aan te bevelen om hergroei uit te sluiten. Tevens worden hierdoor kamille, klaproos, dovenetel en duivenkervel bestreden. ATLANTIS is als mengpartner aan te bevelen in het geval van veel straatgras, grote duist voorbij de uitstoelingsfaze of resistente duist.
|
|
Invloed van de weersomstandigheden |
|
|
|
|
CAPRI wordt binnen 1 tot 3 uren opgenomen door de bladeren waarna het product niet meer kan afregenen.
CAPRI is weinig afhankelijk van de weersomstandigheden, alhoewel groeizame weersomstandigheden te verkiezen zijn. Een goede luchtvochtigheid (>60%) en een goede temperatuur (>5°C) waarborgen dan ook een optimaal resultaat.
Het is aan te bevelen om geen toepassingen uit te voeren bij lage luchtvochtigheid, droge noorder- of oostenwind, nachtvorst of grote temperatuursverschillen
 Bij vorst geen Capri
|
|
CAPRI is mengbaar met de meeste herbiciden. Om het onkruidspectrum te vervolledigen kunnen PRIMSTAR, PRIMUS, de sulfonylurea en de groeistoffen gemengd worden. Producten op basis van isoproturon, bifenox en carfentrazon kunnen echter een antagonisme vertonen. CAPRI is tevens mengbaar met de groeiregulatoren CCC en Meteor. CAPRI mag niet gemengd worden met vloeibare stikstof. Respecteer hierbij een interval van een week tussen beide behandelingen

|
|
Mogelijke volgteelten en vervanggewassen |
|
|
|
|
CAPRI wordt snel afgebroken in de bodem door de bodembacteriën waardoor er geen beperkingen zijn voor volgteelten of nateelten. Indien om een bepaalde reden het graangewas moet vernietigd worden en vervangen door een andere teelt moet wel rekening gehouden worden met de mogelijke vervanggewassen. Uit een studie blijkt dat 6 weken na toepassing van CAPRI de vervanggewassen als volgt kunnen ingedeeld worden: Mogelijk zonder ploegen: Italiaans raaigras, maïs, zomergerst, zomerhaver, zomertarwe. Mogelijk na ploegen: aardappelen, bonen, erwten, klaver, schorseneer, sla, suikerbiet, vlas, wortelen. Niet mogelijk, zelfs na ploegen: ajuin, cichorei, spinazie, witloof.
>> Onkruidspectrum |
Werkingsspectrum tegen onkruidgrassen
CAPRI bezit een zeer breed werkingsspectrum tegen grassen. Het bestrijdt de belangrijkste najaarsgrassen zoals duist en windhalm maar tevens enkele moeilijke grassen zoals raaigras, wilde haver, dravik en jong straatgras.
Hou bij de duistbestrijding rekening met de grootte en de eventuele resistentie. Bij duist die reeds einde uitstoeling is, is de menging met Lexus aan te bevelen om hergroei uit te sluiten. Bij duist voorbij de uitstoelingsfaze is en op resistente duist wordt een menging met Atlantis aanbevolen.
Windhalm en raaigras zijn zeer gevoelig, zelfs indien uitgestoeld. Gebruik echter steeds minimum 200g/ha CAPRI.
In het geval van straatgras is een menging met Atlantis aan te bevelen indien een perfecte bestrijding is gewenst.

|
Werkingsspectrum tegen breedbladige onkruiden
CAPRI onderscheidt zich van de meeste graanherbiciden door een uitstekende werking tegen akkerviooltjes en de diverse ereprijssoorten zoals klimopereprijs en grote ereprijs. Het bestrijdt eveneens een aantal moeilijke onkruiden zoals hondspeterselie, klein kruiskruid, ooievaarsbek en zwaluwtong alsook andere veel voorkomende onkruiden zoals muur, herderstasjes, herik en jonge kamille.

Om het spectrum van CAPRI te vervolledigen tegen ontwikkelde kamille, kleefkruid en klaproos kunnen PRIMSTAR en PRIMUS toegevoegd worden.

>> Werking |
Opname door de plant
CAPRI is hoofdzakelijk bladherbiciden met een systemische werking. Het wordt door de bladeren opgenomen en verspreiden zich nadien over de hele plant via de vaatbundels.
CAPRI wordt in mindere mate opgenomen door de wortels. De goede wateroplosbaarheid zorgt voor een goede bodemwerking van een drietal weken.
Werkingswijze
CAPRI remt de werking van het enzyme ALS, dit is dezelfde werkingswijze als de sulfonylurea. Hierdoor wordt de productie van drie belangrijke aminozuren (valine, leucine, isoleucine) gestopt en treedt er een gebrek aan eiwitten op in de behandelde onkruiden.
|
Symptomen
CAPRI stopt de groei van de onkruiden reeds enkele uren na de toepassing zodat er geen verdere toename meer is van de onkruidconcurrentie.
De symptomen worden eerst zichtbaar in de groeipunten van de onkruiden en uiten zich meestal door dwerggroei, vergeling en soms ook roodverkleuring van de onkruiden. Daarna treedt er necrose op en sterven de onkruiden langzaam af.
De snelheid van afsterven wordt beïnvloed door de temperatuur, de vochtigheid en de grootte van de onkruiden. De beste resultaten worden bekomen op jonge onkruiden in volle vegetatieve groei. Hierdoor is de beste toepassingsperiode meestal het voorjaar (half maart tot begin april) tijdens de uitstoelingsfase van de granen.
|
 |
Ecologisch profiel
|
In de plant
CAPRI wordt snel gemetaboliseerd tot niet-toxische stoffen voor het graangewas. De safener die in de formulering aanwezig is, zorgt voor een versnelde afbraak in het graangewas.
CAPRI laat bij de oogst geen enkel residu van pyroxsulam na in het stro en de korrels.
In de bodem
CAPRI wordt slechts zwak geadsorbeerd aan het klei-humus complex. Bij voldoende vocht wordt het product gemakkelijk opgenomen door de wortels van de onkruiden.
CAPRI wordt goed in de bodem afgebroken door de bodembacteriën waardoor het slechts een gemiddelde halfwaardetijd bezit van 13 dagen in de bodem.
CAPRI is weinig gevoelig voor fotolyse waardoor er geen afbraak is door het zonlicht.
|
 |
|
In de lucht
CAPRI bezit slechts een heel beperkte vluchtigheid waardoor de kans op schade door drift heel klein is.
In het water
Doordat CAPRI snel afbreekt in de bodem is er weinig gevaar voor residu’s in het grondwater. De kans op eventuele verontreiniging van het oppervlaktewater is heel beperkt bij correct gebruik omwille van de lage dosis.
De gebruiker
CAPRI is geformuleerd als water dispergeerbaar granulaat (WG). Dit is een heel veilige formulering voor de gebruiker en tegelijk heel gemakkelijk doseerbaar en mengbaar.
|
 |
|
|